Slaagkans

Regeloverzicht

Elke regel uit elke les, op papier. Print het en leg het naast je oefenexamens.

Staatsexamen NT2 — Programma I (B1) · 4 lessen

Dit overzicht toont de gratis lessen. De regels van alle 20 lessen openen met Mastery. Bekijk de pakketten

Lezen

Detailvraag

Een vraag over één genoemd punt in een langere tekst — het grootste blok punten op Lezen I.

maar, echter, toch
Het punt staat ná dit woord, niet ervoor. De opties zijn gebouwd uit wat ervóór staat.
vooral, meestal, doorgaans
Een beperkte bewering. Een optie met altijd of iedereen heeft de beperking stilletjes weggehaald.
volgens X, X stelt dat
Toegeschreven, niet beweerd. De vraag kan zijn wat de schrijver vindt, niet wat X zei.
bijvoorbeeld, zo
Wat volgt is een illustratie. Een optie die uit de illustratie bestaat, beantwoordt een vraag die niemand stelde.
alleen, uitsluitend, behalve
Een beperking die de meeste opties negeren. Zoek wie of wat wordt uitgesloten.

Grammatica

Bijzin

Na omdat, dat, als of terwijl schuift het werkwoord naar het eind van de bijzin.

Ik kom later omdat de trein vertraging heeft.
Eén werkwoord: het gaat helemaal naar achteren, achter al het andere in de bijzin.
Ik weet dat hij morgen niet kan komen.
Twee werkwoorden stapelen samen achteraan. Geen van beide schuift naar voren.
Als u een klacht heeft, kunt u contact met ons opnemen.
Een bijzin vooraan telt als plaats 1, dus de hoofdzin na de komma begint met zijn werkwoord.
Hij belde terwijl ik aan het werk was.
Terwijl en voordat gedragen zich precies als omdat. Het gaat om het soort woord, niet om de betekenis.

Er

Eén klein woord met vier verschillende functies, en geen ervan laat zich vertalen.

Er is een probleem met mijn bestelling.
Bestaan. De zin kan niet met een probleem beginnen; er houdt de plaats vooraan bezet.
Ik werk er al drie jaar.
Plaats, in de plaats van een locatie die al genoemd is. Het vervangt daar als de plaats bekende informatie is.
Ik heb er twee nodig.
Aantal. Bij een hoeveelheid zonder zelfstandig naamwoord is er verplicht, niet optioneel.
Ik ben er niet tevreden over.
Voorzetsel. Waarover? Over iets wat al genoemd is. Er en het voorzetsel mogen door de zin heen gesplitst worden.

Schrijven

Deeltaak

Een taak waarbij een deel van de tekst al gegeven is en jij het ontbrekende deel levert — een formulier, een bericht met open plekken, een tekst om aan te vullen.

Achternaam: / Geboortedatum: / Postcode:
Een veld wil een waarde, geen zin. Eén woord of één getal, in het formaat dat het veld impliceert.
Reden van uw verzoek:
Dit veld wil wél een zin. Het label vertelt welk soort antwoord; lees het label, niet de grootte van het vakje.
Geachte … → u, uw
De gegeven aanhef legt de aanspreekvorm vast voor alles wat jij toevoegt. Halverwege overstappen op je is een aangestreepte fout.
… schreef ik u … → verleden tijd
De gegeven tijd loopt door. Staat het fragment in de verleden tijd, dan blijft jouw aanvulling daar ook.
Niet van toepassing / n.v.t.
Een veld dat niet op jou van toepassing is, heeft toch iets nodig. Leeg leest als niet ingevuld.

slaagkans.nl · Staatsexamen NT2 — Programma I (B1)