Argumentvraag
Een vraag naar de reden die de schrijver zelf geeft voor zijn standpunt — de inhoud van het argument, niet de functie ervan.
Inhoud
1.Wat het is
5 van onze B2-leesvragen. De vraag luidt bijvoorbeeld Welk argument geeft de docent …?, Waarom vindt de auteur de vergelijking met alcohol gebrekkig? of Waarom noemt de auteur vergeten een prestatie? Drie lessen liggen hier dicht bij elkaar. Een argumentatievraag vraagt wat een zin doet (reden, voorbeeld, conclusie); een tegenargumentvraag vraagt naar een bezwaar waarop de schrijver reageert; deze vraag vraagt wat de eigen reden van de schrijver inhoudelijk zegt. Je vergelijkt inhoud: de opties zijn vier beweringen, en er is er maar één die in de tekst staat én als steun wordt gebruikt.
2.In beeld
3.Hoe het examen dit toetst
Lezen van Programma II: ongeveer 35–36 meerkeuzevragen over zo'n 6 teksten in 100 minuten, computergecorrigeerd. Bij argumentvragen zijn de foute opties gemaakt van: het standpunt van de schrijver alsof het de reden is; een echt argument uit de tekst waarvan de twee kanten zijn omgedraaid (papier duurder in plaats van de tablet); een bewering die de schrijver uitdrukkelijk ontkent (Ik ben allerminst tegen technologie); en een aannemelijke reden die de schrijver nergens geeft (Omdat alcohol duurder is). Je verliest de punt door woorden te herkennen in plaats van te controleren welke kant de zin op wijst.
4.De regel
- Ten eerste … Ten tweede …
- Genummerde redenen. De vraag noemt er vaak één bij het onderwerp; zoek eerst het juiste nummer voordat je opties vergelijkt.
- Bovendien verschuift het bestuur met dit besluit een deel van de kosten naar de gezinnen
- Bovendien voegt een tweede, losse reden toe. Beide redenen kunnen het antwoord zijn op Welk argument …?, dus controleer de optie tegen de precieze tekst van elk.
- De vergelijking is begrijpelijk, maar houdt bij nader inzien geen stand.
- Dit kondigt het oordeel van de schrijver aan; het is nog niet de reden. De reden is de volgende zin, die zegt waarom de vergelijking niet klopt.
- Daar komt bij dat jury's, hoe onafhankelijk ook, zelden immuun zijn …
- Daar komt bij dat werkt als bovendien, maar langer. Wat erna komt is een zelfstandige reden, vaak juist die waarnaar gevraagd wordt.
- …, vermoedelijk doordat een scherm meer afleiding biedt.
- Een reden binnen een reden. De juiste optie kan beide in één regel samenvoegen; een optie die te lang lijkt, is daarom nog niet fout.
5.Voorbeelden
Alcohol werkt op iedereen ongeveer hetzelfde in; sociale media niet.
Omdat sociale media legaal zijn en voor iedereen zonder een leeftijdsgrens beschikbaar blijven
De foute optie is vlot en lang, maar dat staat niet in de tekst. De reden is het verschil in uitwerking tussen de twee.
Verschillende onderzoeken laten zien dat leerlingen teksten op papier vaak beter onthouden en dieper verwerken dan teksten op een scherm
Een verscheurd boek is voor de gezinnen duurder dan een kapotte tablet op school
De foute optie gebruikt de andere reden uit de brief — de kosten — maar verwisselt boek en tablet. In de tekst is de kapotte tablet duurder.
het vermogen om te selecteren is precies wat herinneren mogelijk maakt
Het uitwissen van feiten maakt vergeving mogelijk
Vergeving en het uitwissen van feiten komen later in de column, en de schrijver zegt dat vergeving verbleken vraagt, niet het uitwissen van feiten.
6.Uitzonderingen
Uitzondering 1
Waarom noemt de auteur mensen met zwaar lichamelijk werk? lijkt een functievraag, en de functie is inderdaad een voorbeeld. Maar alle vier opties zijn redenen, dus de vraag wil wat het voorbeeld bewijst: dat een hogere pensioenleeftijd voor hen onevenredig zwaar uitpakt.
7.Let op
- Een bewering kiezen die de schrijver afwijst. De docent is tegen technologie en digitale hulpmiddelen is het tegendeel van Ik ben allerminst tegen technologie; de optie leent de woorden en draait de betekenis om.
- Een vergelijking omdraaien. De meeste B2-argumenten vergelijken twee dingen; de afleider houdt beide zelfstandige naamwoorden en wisselt welk van de twee beter, duurder of sterker is.
- Je eigen reden geven. Omdat alcohol duurder is en Omdat tieners geen alcohol drinken zijn redenen die iemand zou kunnen hebben; de schrijver geeft geen van beide.
8.In het examenlokaal
Zoek het standpunt waar de vraag naar verwijst en daarna de zin die begint met een redenwoord — want, doordat, ten eerste, bovendien, daar komt bij. Leg de optie naast die zin en controleer de richting van elke vergelijking.
Niet wát hij vindt, maar wáárom.