Interpretatievraag
Een vraag naar wat een beeldende, ironische of impliciete formulering in de tekst eigenlijk betekent.
5 van onze B2-leesvragen. De vraag citeert een formulering — Wat bedoelt de recensent met …? of Wat bedoelt de tekst met 'iets wat op geen balans staat'? — of vraagt wat iets laat zien (Wat tonen de twee vitrines volgens de recensent aan?). Anders dan bij een argumentatievraag benoem je niet wat een zin doet in de redenering; je vertaalt woorden die niet letterlijk bedoeld zijn, of je trekt de conclusie waar de schrijver alleen op zinspeelt. Het antwoord staat bijna nooit in het geciteerde stuk zelf, maar in de zin eromheen.
Hoe het examen dit toetst
Lezen van Programma II: ongeveer 35–36 meerkeuzevragen over zo'n 6 teksten in 100 minuten, computergecorrigeerd. De foute opties bij interpretatievragen komen van: de letterlijke betekenis van het beeld (Dat ze in het verhaal letterlijk ziek en kortademig zijn); een concreet zelfstandig naamwoord dat het beeld lijkt te noemen (Een geldbedrag bij iets wat op geen balans staat); details uit dezelfde alinea die aan de verkeerde bewering zijn gekoppeld; en dubbele antwoorden waarvan de ene helft klopt en de andere niet. Wie alleen het citaat leest, verliest de punt; wie de hele zin leest, haalt hem.
Wat is er mis met deze zin?
Dat ze in het verhaal letterlijk ziek en kortademig zijn
Veel kandidaten schrijven het precies zo en verliezen het punt zonder te weten waarom.
De rest van deze les
De regel, de uitgewerkte voorbeelden, de uitzonderingen en wat u in het examenlokaal doet openen met Mastery, samen met alle andere lessen voor dit examen.
Bekijk de pakketten