Verbandvraag
Een vraag naar welke twee dingen de tekst met elkaar verbindt, en wat voor verband dat is.
3 van onze 291 B2-leesvragen. De vraag luidt Welk verband legt de schrijver tussen … en …? of Tussen welke twee zaken legt de tekst een verband? De Verklaringsvraag geeft je één feit en vraagt naar de oorzaak. Deze vraagt naar het verband zelf: welke twee dingen, en hoe verbonden — een wortel, een verborgen samenhang, een erkenning van macht. B2-teksten wijzen ook hardop een verband af (Dat was geen …, maar …) en voegen er een tweede aan toe (Een tweede mechanisme …), en de foute opties zijn precies daarvan gemaakt.
Hoe het examen dit toetst
Lezen van Programma II: ongeveer 35–36 meerkeuzevragen over zo'n zes teksten in 100 minuten, computergecorrigeerd. De juiste optie noemt beide dingen en het soort verband dat de tekst ertussen legt. De foute opties koppelen twee dingen die de tekst wel noemt maar nooit verbindt (Tussen dijken en oorlogsvoering), lenen het verband uit een andere alinea of een ander mechanisme (Door vaker te controleren in wijk A …), of nemen juist het verband dat de tekst afwijst en brengen dat als antwoord (Omdat een meetkundige noodzaak elke andere lijn op de kaart uitsloot).
Wat is er mis met deze zin?
Tussen dijken en oorlogsvoering
Veel kandidaten schrijven het precies zo en verliezen het punt zonder te weten waarom.
De rest van deze les
De regel, de uitgewerkte voorbeelden, de uitzonderingen en wat u in het examenlokaal doet openen met Mastery, samen met alle andere lessen voor dit examen.
Bekijk de pakketten