Slaagkans

Regeloverzicht

Elke regel uit elke les, op papier. Print het en leg het naast je oefenexamens.

Staatsexamen NT2 — Programma II (B2) · 5 lessen

Dit overzicht toont de gratis lessen. De regels van alle 46 lessen openen met Mastery. Bekijk de pakketten

Lezen

Argumentvraag

Een vraag naar de reden die de schrijver zelf geeft voor zijn standpunt — de inhoud van het argument, niet de functie ervan.

Ten eerste … Ten tweede …
Genummerde redenen. De vraag noemt er vaak één bij het onderwerp; zoek eerst het juiste nummer voordat je opties vergelijkt.
Bovendien verschuift het bestuur met dit besluit een deel van de kosten naar de gezinnen
Bovendien voegt een tweede, losse reden toe. Beide redenen kunnen het antwoord zijn op Welk argument …?, dus controleer de optie tegen de precieze tekst van elk.
De vergelijking is begrijpelijk, maar houdt bij nader inzien geen stand.
Dit kondigt het oordeel van de schrijver aan; het is nog niet de reden. De reden is de volgende zin, die zegt waarom de vergelijking niet klopt.
Daar komt bij dat jury's, hoe onafhankelijk ook, zelden immuun zijn …
Daar komt bij dat werkt als bovendien, maar langer. Wat erna komt is een zelfstandige reden, vaak juist die waarnaar gevraagd wordt.
…, vermoedelijk doordat een scherm meer afleiding biedt.
Een reden binnen een reden. De juiste optie kan beide in één regel samenvoegen; een optie die te lang lijkt, is daarom nog niet fout.

Argumentatievraag

Een vraag naar wat een zin doet in de redenering — waarom de schrijver hem daar zette, niet wat hij zegt.

Denk bijvoorbeeld aan …
Een illustratie van een zojuist gemaakte bewering. De functie is steun, en de bewering staat in de zin erboven.
Critici stellen dat … Maar …
Een bezwaar dat de schrijver opwerpt om het te beantwoorden. Het aangehaalde standpunt is niet dat van de schrijver, de maar-zin wel.
Ook toen voorspelde men … en dat gebeurde niet.
Een historische parallel om een voorspelling te ontkrachten. Het oude geval is het argument, niet het onderwerp.
Weliswaar … maar …
Een toegeving gevolgd door het echte punt. De eerste helft wordt toegegeven, de tweede wordt beargumenteerd.
De redenering gaat mank omdat …
De schrijver benoemt een fout. Vraagt een vraag naar een denkfout, dan is dit de zin die hem beantwoordt.

Conclusievraag

Een vraag naar wat uit de tekst volgt — een conclusie die de tekst ondersteunt maar niet altijd uitspreekt.

Staat het er letterlijk?
Dan is het geen conclusie maar een detail. Deze optie zit in vrijwel elke set.
alle, altijd, iedereen, nooit
Zo'n absolute conclusie vereist bewijs over alle gevallen. B2-teksten geven dat vrijwel nooit.
zal, zou … worden, is te verwachten
Een voorspelling. Alleen een conclusie als de tekst over de toekomst redeneerde; een tekst over het heden staat die niet toe.
daarom, dus, hieruit volgt
De tekst die zelf een conclusie trekt. Waar dat gebeurt, ligt het antwoord dicht bij die woorden.
waarschijnlijk, vermoedelijk, mogelijk
Een voorzichtig geformuleerde conclusie is op B2 meestal de veilige, want het bewijs is meestal gedeeltelijk.

Grammatica

Conditionalis

Als, zou en mocht — de drie manieren waarop het Nederlands zegt wat er zou gebeuren als.

Als de gemeente meer overleg organiseert, groeit het draagvlak.
Echte voorwaarde. Beide helften blijven in de tegenwoordige tijd; de als-zin zet zijn werkwoord achteraan.
Als er meer overleg zou zijn, zou het draagvlak groeien.
Onwerkelijk of hypothetisch. Zou staat in beide helften en de hoofdzin keert om na de komma.
Mocht u nog vragen hebben, dan hoor ik het graag.
Formele voorwaarde. Mocht vervangt als en keert zelf om — er staat geen voegwoord voor.
Tenzij de kosten dalen, blijft het plan onhaalbaar.
Tenzij is de negatieve voorwaarde. Verder gedraagt het zich precies als als.

Schrijven

Kort bericht

Een kort, zakelijk bericht van ongeveer 40 tot 80 woorden dat drie punten uit de opdracht afhandelt, meestal op het werk of binnen een vereniging.

Beste Marieke, / Geacht bestuur,
De lezer bepaalt het register. Een collega die je informeel schreef krijgt Beste en je; een bestuur of organisatie krijgt Geacht of Geachte en u. Kies één keer en houd het vast.
Bedankt voor je uitnodiging voor de werkgroep.
Het eerste punt, in de eerste zin, met de naam van waar het over gaat. De lezer weet meteen op welk bericht je reageert.
Ik doe graag mee. / Helaas kan ik niet meedoen, omdat …
Een ja of nee die de lezer niet hoeft af te leiden. Op B2 is een antwoord dat alleen uit enthousiasme blijkt nog steeds een ontbrekend antwoord.
Ik stel voor dat …
Het kader voor het punt met een oordeel of voorstel. Wat na dat komt, moet noemen wie wat doet, zodat een lezer er morgen mee aan de slag kan.
Met vriendelijke groet, + naam
Beide regels, altijd, voor collega en bestuur. Het kost vier woorden van de grens en laat het bericht afgerond eindigen.

slaagkans.nl · Staatsexamen NT2 — Programma II (B2)