Verwijswoorden
Dit, dat, deze, die, hiermee: de woorden die een alinea bij elkaar houden.
Een B2-tekst wordt beoordeeld op samenhang, en wat hem bij elkaar houdt is een ketting van kleine woorden die terugwijzen. Elk woord moet ondubbelzinnig zijn: de lezer moet precies weten naar welk eerder ding dit verwijst. Cursisten verliezen hier op twee manieren tegelijk — ze herhalen het hele woord waar een verwijswoord hoort, wat zwaar leest, of ze gebruiken er een terwijl er twee mogelijke antecedenten zijn, wat onduidelijk leest. De regels zijn dezelfde de- en het-regels van A2, toegepast op alinea-afstand.
Hoe het examen dit toetst
Vooral Lezen, want een verwijsvraag is een begripsvraag in vermomming: de vraag is waar dit naar wijst, en de vier opties zijn vier dingen die in de alinea genoemd zijn. Met zo'n zes teksten te doen is de ketting volgen ook wat je in staat stelt snel te lezen zonder de draad kwijt te raken. Bij Schrijven laat de medium-taak het zien: een korte tekst die zijn eigen woorden herhaalt leest moeizaam, en een tekst met dubbelzinnige verwijzingen leest onduidelijk — en beide beoordelaars lezen op samenhang.
Wat is er mis met deze zin?
De gemeente heeft het plan aangepast. Dit is echter niet toegelicht.
Veel kandidaten schrijven het precies zo en verliezen het punt zonder te weten waarom.
De rest van deze les
De regel, de uitgewerkte voorbeelden, de uitzonderingen en wat u in het examenlokaal doet openen met Mastery, samen met alle andere lessen voor dit examen.
Bekijk de pakketten