Slaagkans

Zinstaak: conclusie

Een zinstaak die je een bevinding geeft en vraagt daar in één zin een conclusie uit te trekken.

Een conclusie moet één stap verder gaan dan het gegeven feit, en ook maar één. De opdracht geeft de bevinding — onderzoek toont aan dat bewegen het geheugen verbetert, minder jongeren roken — en jouw zin moet zeggen wat daaruit volgt. De moeilijkheid zit aan beide kanten van die stap: herhaal je de bevinding, dan heb je niets geconcludeerd; spring je naar een groot algemeen oordeel, dan concludeer je meer dan het feit draagt. Het verbindingswoord in de aanzet, dus, kortom of daaruit volgt dat, legt bovendien de woordvolgorde vast.

Hoe het examen dit toetst

Schrijven II heeft 9–12 taken in 100 minuten, waarvan ongeveer 7–8 losse zinnen. Een conclusietaak komt in twee vormen: een aanzet om af te maken (…, dus … / …, waaruit je kunt afleiden dat …) of een opdracht om een hele zin te schrijven die begint met Kortom. Twee beoordelaars werken met een voorschrift; onze oefenitems vragen of de gevraagde relatie er staat, of het verbindingswoord en de woordvolgorde kloppen, en of de inhoud aansluit. Een herhaalde bevinding valt af op de eerste vraag, ook als het Nederlands foutloos is.

Wat is er mis met deze zin?

…, dus regelmatig bewegen is goed voor het geheugen.

Veel kandidaten schrijven het precies zo en verliezen het punt zonder te weten waarom.

De rest van deze les

De regel, de uitgewerkte voorbeelden, de uitzonderingen en wat u in het examenlokaal doet openen met Mastery, samen met alle andere lessen voor dit examen.

Bekijk de pakketten