Oefen per onderdeel
Spreken oefenen — Basisexamen Inburgering Buitenland (A1)
Oefen het onderdeel Spreken van het Basisexamen Inburgering Buitenland (A1) op ware examentijd: dezelfde opzet, dezelfde tijd en dezelfde slaagregel als op de examendag.
Gratis beginnen na registratie — geen creditcard.
Spreken in het kort
- Vragen
- 22
- Tijd
- 30 min
- Slaagnorm
- beoordeeld
- Vorm
- computertoets
- Oefenvragen bij ons
- 176
Wat wordt er gevraagd?
22 opgenomen opdrachten: 10 vragen met een kort antwoord + 12 zinnen die u afmaakt aan de hand van een afbeelding. Beoordeeld door twee getrainde beoordelaars.
Slaagregel: Elk van de 3 onderdelen krijgt een cijfer van 1–10; u heeft voor alle drie een 6 of hoger nodig. Behaalde onderdelen blijven onbeperkt geldig.
Zo oefent u dit onderdeel
- 1
Antwoord in volledige zinnen, niet in losse woorden.
- 2
Begin meteen met praten. De opnametijd loopt door terwijl u nadenkt.
- 3
Oefen hardop, niet in uw hoofd. Uitspraak en tempo tellen mee in de beoordeling.
Veelgestelde vragen
- Praat ik met een echte examinator?
- Nee. U neemt uw antwoorden op en twee getrainde beoordelaars luisteren ze later terug. Spreken tegen een scherm is dus precies de juiste oefening.
- Wat als ik vastloop tijdens het opnemen?
- Blijf praten. Een korte, afgemaakte zin levert meer op dan een lange zin die u niet afmaakt. Stilte levert niets op.