Oefen per onderdeel
Schrijven oefenen — Inburgeringsexamen (A2)
Oefen het onderdeel Schrijven van het Inburgeringsexamen (A2) op ware examentijd: dezelfde opzet, dezelfde tijd en dezelfde slaagregel als op de examendag.
Gratis beginnen na registratie — geen creditcard.
Schrijven in het kort
- Vragen
- 4
- Tijd
- 40 min
- Slaagnorm
- beoordeeld
- Vorm
- op papier
- Oefenvragen bij ons
- 60
Wat wordt er gevraagd?
4 opdrachten: een formulier invullen, kort bericht(en), open opdracht(en). Met de hand geschreven.
Slaagregel: Elk onderdeel haalt u afzonderlijk en wordt gerapporteerd als geslaagd/gezakt. DUO maakt de precieze aantallen vragen en de slaagnormen niet bekend.
Zo oefent u dit onderdeel
- 1
Beantwoord elke opdracht compleet: wie, wat, wanneer, waarom. Een korte volledige tekst scoort beter dan een lange onvolledige.
- 2
Houd de standaardopbouw aan — aanhef, kern, afsluiting. Beoordelaars zoeken eerst structuur, pas daarna stijl.
- 3
Schrijf eenvoudig en correct. Een fout in een eenvoudige zin kost u minder dan een fout in een ingewikkelde zin.
Veelgestelde vragen
- Wordt mijn tekst door een computer nagekeken?
- In het echte examen niet: menselijke beoordelaars lezen uw werk. Hier krijgt u AI-feedback op structuur, woordkeuze en fouten — een oefenhulpmiddel, geen officieel cijfer.
- Moet ik met de hand schrijven?
- Dat verschilt per examen; zie de tabel hierboven. Waar het examen op papier is, oefent u hier digitaal — schrijf uw antwoord thuis ook een keer met de hand over.