Oefen per onderdeel
Schrijven oefenen — Staatsexamen NT2 — Programma I (B1)
Oefen het onderdeel Schrijven van het Staatsexamen NT2 — Programma I (B1) op ware examentijd: dezelfde opzet, dezelfde tijd en dezelfde slaagregel als op de examendag.
Gratis beginnen na registratie — geen creditcard.
Schrijven in het kort
- Vragen
- 12
- Tijd
- 100 min
- Slaagnorm
- geschaalde score
- Vorm
- computertoets
- Oefenvragen bij ons
- 78
Wat wordt er gevraagd?
12 opdrachten: 8 zinsopdrachten (een zin schrijven of afmaken) + 2 deelopdrachten (kort bericht/formulier/tekstaanvulling) + 2 korte opdrachten (notitie/korte brief/situatie). Beoordeeld door 2 beoordelaars.
Slaagregel: Geschaalde score ≥ 500 per onderdeel, vastgesteld door het CvTE. Een oefenexamen benadert dit en vermeldt de uitslag als schatting.
Zo oefent u dit onderdeel
- 1
Beantwoord elke opdracht compleet: wie, wat, wanneer, waarom. Een korte volledige tekst scoort beter dan een lange onvolledige.
- 2
Houd de standaardopbouw aan — aanhef, kern, afsluiting. Beoordelaars zoeken eerst structuur, pas daarna stijl.
- 3
Schrijf eenvoudig en correct. Een fout in een eenvoudige zin kost u minder dan een fout in een ingewikkelde zin.
Veelgestelde vragen
- Wordt mijn tekst door een computer nagekeken?
- In het echte examen niet: menselijke beoordelaars lezen uw werk. Hier krijgt u AI-feedback op structuur, woordkeuze en fouten — een oefenhulpmiddel, geen officieel cijfer.
- Moet ik met de hand schrijven?
- Dat verschilt per examen; zie de tabel hierboven. Waar het examen op papier is, oefent u hier digitaal — schrijf uw antwoord thuis ook een keer met de hand over.